Vrijzinnig??
Vrij onderzoek
Vrij onderzoek betekent dat de mens, zonder zich te laten leiden door
bijgeloof en vooroordelen, met zijn kritisch verstand de werkelijkheid
probeert te begrijpen en te bestuderen. De enorme toename aan betrouwbare
kennis van de laatste eeuwen is o.m. te danken aan het vrij onderzoek van
wereld en natuur. Vrij onderzoek is een methode om tot betrouwbare kennis te
komen.
Welke betekenis heeft dit abstracte principe voor de vrijzinnigen, die zich
niet beroepshalve met wetenschappelijk onderzoek bezighouden?
Vrij onderzoek wijst op een houding en een persoonlijke ingesteldheid van de
‘opbouwende twijfel’. Vrijzinnigen zijn bereid hun overtuigingen, mening en
visie op de mens en wereld te toetsen aan de realiteit. Open discussie wordt
niet uit de weg gegaan, persoonlijke overtuigingen en opvattingen kunnen
worden herzien en ‘zekerheden’ kunnen opnieuw in vraag worden gesteld …
Geen dogma's
Een dogma is een geopenbaarde waarheid, die deel uitmaakt van een
geloofsleer. De vastomlijnde inhoud mag niet in vraag worden gesteld omdat
zij een boodschap is van het opperwezen (God).
Dogma’s zijn onverenigbaar met het principe van vrij onderzoek. Ze worden
met grote stelligheid verworpen door vrijzinnigen. Vrijzinnigen verwerpen
eveneens gezagsargumenten bij de opbouw van hun visie op mens en wereld. Dit
betekent dat uitspraken kritisch worden beoordeeld op inhoud, en niet
zondermeer worden aanvaard.
De mens als zingever
Voor vrijzinnigen vloeien de regels en normen van goed en kwaad voort uit de
ervaring van de mens zelf in zijn streven naar een leefbare gemeenschap.
Opvattingen over goed en kwaad zullen dus van cultuur tot cultuur
verschillen en veranderen in tijd en plaats.
Een bovennatuurlijke (goddelijke) oorsprong van regels van goed en kwaad
wordt door vrijzinnigen niet aanvaard. De mens is zelf schepper én drager
van zijn moraal. Vandaar dat vrijzinnigen bewust geen godsdienst belijden.
Zij hangen geen enkel godsdienstig geloof aan, verwerpen elke moraal die
steunt op openbaring en zij behoren tot geen enkele kerkgemeenschap. In deze
context wordt de term ‘niet-confessioneel’ gehanteerd. Het begrip verwijst
naar een levensbeschouwelijke gemeenschap – in de brede zin van het woord –
die tot geen enkele van de bestaande erediensten behoort, omdat ze elke
godsreligie verwerpt.
Scheiding van kerk en staat
De scheiding van kerk en staat, of m.a.w. de scheiding van levensbeschouwing
en staat, is en blijft voor de niet-confessionele gemeenschap het
uiteindelijke streefdoel.
De Belgische samenleving kan slechts gestoeld zijn op twee fundamentele
principes: het respect voor de rechten van de mens en de rechtstaat.
De staat moet instaan voor de eerbiediging van de private sfeer van de
burgers en voor een gelijke behandeling van elk individu of elke minderheid.
Het pluralisme van deze maatschappij is geënt op het respect van de staat
voor alle levensbeschouwingen.
Het principe van de scheiding van kerk en staat houdt in:
-
de niet-inmenging
van de kerk in staatszaken. De kerkelijke overheden worden dus niet als
staatsmachten erkend. Concreet betekent dit dat zij geen wetten kunnen
opleggen die in de Belgische wetgeving dienen geïncorporeerd;
-
de niet-inmenging
van de staat in zaken die de kerk aanbelangen. De staat komt niet tussen
in de interne organisatie van de kerk of haar gemeenschap, de aanwijzing
van haar vertegenwoordigers, en de positionering op ethisch vlak;
-
het respect voor de
vrijheid van eredienst t.a.v. elke burger en de gemeenschap. De vrijheid
van eredienst in België bestaat naast de strikte eerbiediging van de
individuele overtuiging van de burger uit de aanvaarding van de
gemeenschap waarbinnen de levensbeschouwing zich ontplooit;
-
een doorzichtige
subsidiëringpolitiek. Indien de staat de levensbeschouwingen financiert,
dient dit te gebeuren op grond van de billijkheid.